ECLI:NL:CRVB:2014:2300
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen terugvordering Wuv-uitkering na overlijden niet-ontvankelijk verklaard
Appellant maakte bezwaar tegen een brief van de Sociale verzekeringsbank waarin werd meegedeeld dat een openstaande terugvordering van een Wuv-uitkering na het overlijden van diens moeder op hem als erfgenaam was overgegaan. De brief was informatief en vormde geen bestuursrechtelijk besluit waartegen bezwaar kon worden gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de overgang van de schuld op grond van het erfrecht van rechtswege plaatsvond en niet door de brief van 20 april 2011. Het bezwaar van appellant tegen deze brief was daarom onontvankelijk. Het bestreden besluit waarin dit bezwaar ongegrond werd verklaard, werd vernietigd.
De Raad besloot zelf het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en bepaalde dat appellant het betaalde griffierecht vergoed krijgt. Er was geen sprake van bestuursrechtelijke besluitvorming jegens appellant, omdat de terugvordering was gericht op de moeder van appellant en het besluit daartoe onherroepelijk was geworden vóór haar overlijden.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de informatieve brief over de schuldovergang is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.