ECLI:NL:CRVB:2014:229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Intrekking loonaanvullingsuitkering wegens onvoldoende onderzoek ADHD-beperkingen
Appellante ontving vanaf 2009 een WGA-uitkering vanwege psychische klachten, later omgezet in een loonaanvullingsuitkering. Het UWV trok deze uitkering in 2011 in omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet waren onderschat en het onderzoek zorgvuldig was. In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen door ADHD niet juist waren meegenomen, onderbouwd met een nieuw psychologisch rapport van GGzE.
De Raad stelde vast dat ADHD bij appellante aanwezig was en dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mate van beperkingen die voortvloeien uit ADHD, met name bij beoordelingspunten zoals vasthouden van aandacht en afleiding. De motivering van het UWV was ontoereikend en het besluit in strijd met het motiveringsbeginsel.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het besluit te herzien en gericht onderzoek te doen naar de gevolgen van ADHD voor de functionele mogelijkhedenlijst, met aandacht voor specifieke beoordelingspunten zoals vasthouden van aandacht, geen afleiding, en werksituatie zonder storingen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de loonaanvullingsuitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen met aanvullend onderzoek naar ADHD-beperkingen.