ECLI:NL:CRVB:2014:2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging ingangsdatum en hoogte AOW-pensioen geen schending eigendomsrecht
Appellant had een AOW-pensioen aangevraagd met ingangsdatum 1 april 2012, maar door een wetswijziging werd deze datum gewijzigd naar 29 april 2012, met een lagere pensioenuitkering over april 2012. Appellant stelde dat deze wijziging een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn eigendomsrecht vormde en dat de wetsbepalingen buiten toepassing moesten worden gelaten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wijziging van de ingangsdatum en hoogte van het pensioen bij wet was voorzien, namelijk artikel 16, eerste lid, van de AOW, en dat deze wijziging een legitieme doelstelling diende, namelijk besparing op overheidsuitgaven. Er was sprake van een redelijke proportionaliteitsrelatie tussen het doel en de middelen.
De Raad overwoog dat de verlaging van het inkomen beperkt bleef tot één maand en dat er geen sprake was van een onevenredige last of afbreuk aan de kern van het eigendomsrecht. Ook werd erkend dat de wetswijziging alle rechthebbenden op AOW-pensioen trof en niet alleen vroeggepensioneerden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De wijziging van de ingangsdatum en hoogte van het AOW-pensioen is bij wet voorzien en schendt het eigendomsrecht niet.