ECLI:NL:CRVB:2014:2268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en nauwe verwevenheid privé en zakelijk
Appellant had een eenmanszaak en later een BV die zich bezighielden met automatisering en softwareontwikkeling. Hij ontving vanaf 1994 tot 2008 bijstand, waarbij hij opgaf 15 uur per week te werken tegen een laag salaris. Uit onderzoek bleek echter dat appellant feitelijk meer uren werkte, geen openheid gaf over zijn aandeelhouderschap en directeurschap, en privé-uitgaven via zakelijke rekeningen deed.
De sociale recherche voerde een uitgebreid financieel onderzoek uit, waaruit bleek dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat hij meer uren werkte dan opgegeven, dat hij betrokken was bij de bedrijfsvoering en dat privé en zakelijke financiën niet gescheiden waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet als werknemer in loondienst kon worden beschouwd, dat hij zijn failliete bedrijf feitelijk voortzette, en dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door de schending van de inlichtingenplicht. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en onduidelijkheid over werkzaamheden en uren.