ECLI:NL:CRVB:2014:2267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen
Appellant, die samen met zijn broer bijstand ontvangt, heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de aanschaf van een koelkast, een komfoor en een televisie. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat appellant deze kosten geacht wordt te kunnen betalen door te sparen, een lening af te sluiten bij de Gemeentelijke Kredietbank Amsterdam (GKA) of via gespreide betaling achteraf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogt appellant dat hij onvoldoende middelen heeft om de kosten te voldoen en dat sparen of lenen in de praktijk niet haalbaar is. Ook stelt hij dat het college op grond van het motiveringsbeginsel van artikel 4:84 Awb Pro van het beleid had moeten afwijken omdat hij onevenredig hard wordt getroffen.
De Raad overweegt dat de kosten voor duurzame gebruiksgoederen in principe uit het inkomen moeten worden betaald, ook bij bijstandsniveau, tenzij bijzondere omstandigheden dit onmogelijk maken. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat hij niet kan sparen of lenen. De rente bij de GKA is lager dan marktconform en gespreide betaling is een optie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand.