ECLI:NL:CRVB:2014:2247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening intrekking en terugvordering bijstand wegens autohandel met beperkte intrekking
Betrokkene ontving bijstand sinds 1984. Uit onderzoek bleek dat betrokkene tussen 2000 en 2009 58 kentekens op zijn naam had, wat leidde tot intrekking van bijstand over diverse maanden vanwege niet opgegeven inkomsten uit autohandel.
De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, maar dat het college niet voldeed aan het motiveringsbeginsel en het beleid omtrent terugvordering onvoldoende toepaste. De Raad beperkt de intrekking tot maanden waarin voertuigen korter dan zeven maanden op naam stonden en bevestigt dat terugvordering bij fraude passend is.
De interne richtlijn van het college, hoewel niet gepubliceerd, geldt als vaste gedragslijn en is bindend. De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en draagt het college op een nieuwe terugvorderingsbeslissing te nemen, waarbij de intrekking over bepaalde maanden niet gehandhaafd blijft. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Intrekking bijstand beperkt tot maanden met voertuigen korter dan zeven maanden op naam en terugvordering bevestigd met opdracht tot nieuwe berekening.