ECLI:NL:CRVB:2014:2174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens ontbreken verblijfstitel en verzekering
Appellant, geboren in 1955 in Turkije, woont sinds 1989 in Nederland en raakte in 2006 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, maar het UWV wees dit af omdat hij geen geldige verblijfstitel had en daardoor niet verzekerd was onder de Wet WIA.
Appellant voerde aan dat hij recht had op de uitkering omdat het arbeidsongeschiktheidsrisico zich voordeed voordat zijn verzekeringsstatus was vastgesteld, en dat strengere voorwaarden dan bij het EG-Turkije verdrag verboden zijn. Ook stelde hij dat hij werd gediscrimineerd vanwege zijn nationaliteit. Deze bezwaren werden door de Raad verworpen, mede omdat appellant nooit legaal in Nederland verbleef of werkte.
Het arbeidsverleden van appellant vertoonde hiaten en vanaf 2004 was geen dienstverband aantoonbaar. De Raad oordeelde dat het onderscheid in de Koppelingswet naar verblijfsrecht en nationaliteit gerechtvaardigd is en dat er geen hardheidsclausule bestaat in de wetgeving. De weigering van de WIA-uitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel en verzekering.