ECLI:NL:CRVB:2014:2152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstandsaanvraag wegens lening als voorliggende voorziening
Appellante vroeg bijzondere bijstand voor diverse kosten van woninginrichting, waaronder meubels en apparatuur. Het college wees dit af omdat zij een lening bij de kredietbank kon aanvragen tot een bedrag van €1.660,-, wat als een voorliggende voorziening geldt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat zij geen ruimte had voor maandelijkse aflossingen en dat zij vanwege langdurige bijstand geen reserves had kunnen opbouwen. Ook stelde zij dat haar lichamelijke klachten bijzondere omstandigheden vormden die de kosten noodzakelijk maakten.
De Raad overwoog dat kredietverlening door de kredietbank als voorliggende voorziening geldt en dat de aflossingscapaciteit juist was vastgesteld. Er was geen acute noodsituatie die rechtvaardigt af te wijken van het uitgangspunt dat kosten uit het inkomen moeten worden betaald. De lichamelijke klachten waren niet objectief onderbouwd en vormden geen bijzondere omstandigheid.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijzondere bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat de lening bij de kredietbank als toereikende en passende voorliggende voorziening geldt en bijzondere omstandigheden niet zijn aangetoond.