ECLI:NL:CRVB:2014:2146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- A.M. Overbeeke
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door woningbezit en niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand sinds augustus 2009 en gaf aan dat hij de woning huurde van zijn moeder. Uit onderzoek bleek dat hij sinds 2006 eigenaar was van de woning. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van de vermogensgrens.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat hij de woning financierde met een lening van zijn moeder en dat hij maandelijks een vergoeding betaalde, waardoor hij de woning niet als eigendom beschouwde. De Raad oordeelde dat het niet melden van eigendom een schending van de inlichtingenplicht is en dat de schuld aan de moeder niet voldoende aannemelijk was als daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.
De Raad concludeerde dat het vermogen van appellant de vermogensgrens overschrijdt en dat het recht op bijstand daarom niet bestond. Het beroep tegen het nadere besluit werd ongegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd, en het verzoek om wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.