ECLI:NL:CRVB:2014:2132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en stond ingeschreven op een adres in Nijmegen. Na een melding dat zij samenwoonde met een man, [X.], voerde de sociale recherche een onderzoek uit, inclusief verhoren en waarnemingen. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar verklaring onder druk was afgelegd, maar de Raad verwierp dit. Uit verklaringen van appellante, [X.] en buurtbewoners bleek dat [X.] zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante en dat zij zorg voor elkaar droegen.
De Raad oordeelde dat aan de criteria voor gezamenlijke huishouding was voldaan en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 juni 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.