ECLI:NL:CRVB:2014:2047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens niet-duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft haar werkzaamheden als inpakster/productiemedewerkster moeten staken vanwege neurologische klachten en verzocht om een WIA-uitkering met verkorte wachttijd wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat duurzame arbeidsongeschiktheid niet was vastgesteld omdat verbetering van de belastbaarheid mogelijk bleef, mede door stemmingsklachten die behandeld konden worden.
Appellante voerde aan geen depressieve klachten te hebben en dat eventuele stemmingsfluctuaties geen invloed hadden op haar arbeidsvermogen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter op basis van neuropsychologisch onderzoek dat stemmingsstoornissen aanwezig waren en dat verbetering mogelijk was, wat het UWV bevestigde in bezwaar en beroep. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep het oordeel dat het UWV terecht oordeelde dat geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid, mede gelet op de reactieve stemmingsstoornis na de diagnose multi infarct dementie. De Raad vond dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat verbetering van belastbaarheid niet was uitgesloten en wees het verzoek om vergoeding van wettelijke rente af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.