ECLI:NL:CRVB:2014:2028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens verwachte uitval binnen een half jaar na aanvang werkzaamheden
Appellant vorderde een WIA-uitkering, maar het UWV wees dit af omdat bij aanvang van zijn werkzaamheden reeds sprake was van aanzienlijke beperkingen die uitval binnen een half jaar voorspelbaar maakten.
Na een tussenuitspraak waarin het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, heeft het UWV aanvullende medische en arbeidskundige rapporten overgelegd. Deze rapporten bevestigen dat appellant met zijn structurele arm-, hand- en vingerbeperkingen een fysiek zwaardere functie als medewerker proceskeuken niet kon volhouden.
Appellant voerde aan dat de belasting van de functie proceskeuken niet wezenlijk zwaarder was dan zijn eerdere functie, maar dit werd door de Raad niet gevolgd. De Raad vernietigde het eerdere besluit wegens gebrekkige motivering, maar stelde vast dat het nieuwe besluit op een deugdelijke grondslag berust en de rechtsgevolgen in stand blijven.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat uitval binnen een half jaar na aanvang van het werk te verwachten was.