ECLI:NL:CRVB:2014:1999
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over terugvordering en inhouding WAO- en Ziektewet-uitkering
Appellant ontving tot 2003 een WAO-uitkering en meldde zich in 2006 ziek, waarna hem een Ziektewet-uitkering werd toegekend. Het UWV kende later alsnog een WAO-uitkering toe met terugwerkende kracht vanaf 2006, waardoor bleek dat appellant ten onrechte Ziektewet-uitkering had ontvangen vanwege anti-cumulatiebepalingen.
Het UWV berichtte appellant over verrekening en terugvordering van te veel betaalde Ziektewet-uitkeringen, waarbij besluiten werden genomen die echter niet aangetekend en naar een onjuist adres werden verzonden. Appellant maakte bezwaar tegen de inhoudingen en terugvorderingen, maar dit werd door het UWV niet ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar stelde vast dat de besluiten niet op de juiste wijze bekend waren gemaakt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en vernietigt dit deel van het besluit. Tevens constateert de Raad onduidelijkheden over de hoogte van het terug te betalen bedrag en de inhouding, en draagt het UWV op deze gebreken binnen zes weken te herstellen.
De uitspraak betreft een tussenuitspraak in hoger beroep, waarin de Raad het UWV opdraagt de administratieve fouten en onduidelijkheden te corrigeren, zodat appellant duidelijkheid krijgt over de terugvordering en inhouding van zijn uitkeringen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de besluiten is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt opgedragen de gebreken in de besluiten binnen zes weken te herstellen.