ECLI:NL:CRVB:2014:1992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.N.A. Bootsma
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim en vervallen aanspraak op bezoldiging
Appellante was werkzaam bij een overheidsinstelling en was wegens gezondheidsproblemen deels betaald en onbetaald verloofd. Na een periode van verzuim verscheen zij niet op een gesprek over werkhervatting en vermeed contact met haar werkgever, waardoor verzuimbegeleiding niet mogelijk was. De bedrijfsarts achtte haar in staat tot administratieve werkzaamheden, maar appellante hervatte haar werk niet en negeerde oproepen en een dienstopdracht tot werkhervatting.
De minister besloot daarom haar aanspraak op salaris per 1 juni 2011 te laten vervallen en haar per 1 september 2011 met ontslag te straffen wegens ernstig plichtsverzuim. Appellante voerde aan dat zij ziek was gemeld en psychische problemen had die haar gedrag verklaren, en dat haar aanspraak op bezoldiging herleefde na contact met de bedrijfsarts.
De Raad oordeelde dat het vervallen van de bezoldiging terecht was omdat appellante het contact met haar werkgever bleef vermijden en niet aan haar verplichtingen voldeed. Het ontslag was gegrond omdat zij ondanks medische rapportages in staat werd geacht contact te onderhouden en te werken, maar dit naliet. Haar psychische toestand bood onvoldoende grond om haar gedrag te rechtvaardigen. De opgelegde ontslagstraf was niet onevenredig gezien de ernst van het plichtsverzuim.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag en het vervallen van de aanspraak op bezoldiging worden bevestigd wegens ernstig plichtsverzuim.