ECLI:NL:CRVB:2014:1926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding autohandel
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek bleek dat appellant in 2009 en 2010 meerdere auto's op zijn naam had staan die niet waren gemeld bij de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Sittard-Geleen. Dit leidde tot een besluit van het college om de bijstand over diverse maanden in te trekken, terug te vorderen en een maatregel op te leggen.
Na bezwaar beperkte het college de intrekking en terugvordering tot enkele maanden en verlaagde de maatregel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was tot intrekking en terugvordering, dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden en dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld omdat appellanten niet konden aantonen dat zij geen voordeel hadden gehad van de transacties.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere gronden, maar de Raad vond deze onvoldoende om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Ook werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.