ECLI:NL:CRVB:2014:1787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire berisping wegens oneigenlijk gebruik dienstauto door ambtenaar
Appellant, werkzaam bij de gemeente Den Helder, kreeg de mogelijkheid een dienstauto te gebruiken voor werkgerelateerde activiteiten. Na onduidelijkheid over het gebruik voor woon-werkverkeer stelde het college op 21 juli 2011 schriftelijke regels vast dat de dienstauto niet zonder toestemming voor andere doeleinden mocht worden gebruikt.
Op 20 september 2011 werd vastgesteld dat appellant de dienstauto bij zijn woning had geparkeerd rond lunchtijd, wat in strijd was met deze regels. Ondanks verschillende verklaringen van appellant kon geen werkgerelateerde reden worden vastgesteld en was er sprake van plichtsverzuim.
Het college legde daarom een disciplinaire straf van een schriftelijke berisping op, welke door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat de straf niet onevenredig is, mede gezien eerdere waarschuwingen aan appellant over oneigenlijk gebruik.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: De schriftelijke berisping wegens oneigenlijk gebruik van de dienstauto wordt bevestigd.