ECLI:NL:CRVB:2014:1765
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep bijzondere bijstand
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake bijzondere bijstand, maar dit hoger beroep werd door de Raad op 17 december 2012 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de behandeling van het verzet bleek dat appellante niet in verzuim was geweest met de betaling van het griffierecht. De Raad besloot daarop het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond vóór de niet-ontvankelijkverklaring.
Het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp was niet verschenen bij de zitting van het verzet. De Raad veroordeelde het college in de proceskosten van appellante, begroot op € 243,50 voor verleende rechtsbijstand.
De uitspraak van 17 december 2012 vervalt daarmee en het onderzoek wordt voortgezet, waarbij appellante alsnog in de gelegenheid wordt gesteld haar aanvraag om bijzondere bijstand te laten beoordelen.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.