ECLI:NL:CRVB:2014:1740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij laattijdige Wajong-aanvraag
Appellant, geboren in 1987, diende op 7 september 2010 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering wegens een aangeboren hartafwijking en psychische klachten. Het UWV kende hem een uitkering toe vanaf 28 december 2010, 16 weken na ontvangst van de aanvraag. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit omdat hij vond dat de uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2005 toegekend had moeten worden, verwijzend naar artikel 3:29 van Pro de Wet Wajong en anti-discriminatiebepalingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Wet Wajong sinds 1 januari 2010 geen mogelijkheid biedt voor terugwerkende kracht, ook niet in bijzondere gevallen. De rechtbank verwierp tevens het beroep op leeftijdsdiscriminatie, omdat de Wajong-regeling niet vergelijkbaar is met de WAO of WIA, die betrekking hebben op personen die eerder op de arbeidsmarkt actief waren.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten en verzocht om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde vast dat appellant geen nieuwe argumenten had ingebracht en wees het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd bevestigd zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt dat een Wajong-uitkering niet met terugwerkende kracht wordt toegekend.