ECLI:NL:CRVB:2014:1726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, viel in juni 2008 uit wegens lichamelijke klachten. Een verzekeringsarts stelde in april 2010 vast dat appellant beperkingen heeft door een kleine laterale hernia en mogelijk meniscusletsel, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Op basis hiervan concludeerde een arbeidsdeskundige dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Het UWV wees de WIA-uitkering af, wat appellant betwistte. In bezwaar en beroep werd het medisch onderzoek bevestigd door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Appellant voerde aan dat zijn psychische klachten niet waren erkend en dat hij de voorbeeldfuncties niet kon verrichten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant tijdens het onderzoek geen psychische klachten heeft geuit en dat het rapport van zijn psycholoog uit 2011 geen bewijs levert voor beperkingen op de datum van beoordeling. De Raad acht het medisch onderzoek zorgvuldig en de vastgestelde FML juist. De functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd zijn medisch geschikt bevonden.
Daarom wordt het hoger beroep van appellant verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep afgewezen; appellant heeft minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en geen recht op WIA-uitkering.