ECLI:NL:CRVB:2014:1667
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet meer woonachtig in gemeente
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Borsele beëindigde de voorziening met ingang van 13 februari 2010, omdat appellante niet langer in de gemeente woonachtig was. Tevens werd het reeds verstrekte pgb over die periode teruggevorderd.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij het standpunt van het college werd onderschreven dat appellante vanaf 13 februari 2010 niet meer in de gemeente Borsele woonde. De rechtbank baseerde zich onder meer op de brief van 12 februari 2010 waarin werd meegedeeld dat appellante tijdelijk zou verhuizen, het feit dat zij daadwerkelijk vertrok, het niet aannemelijke karakter van terugkeer, en het feit dat haar kinderen niet meer in de gemeente schoolgaand waren.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij tot 6 mei 2010 in de gemeente stond ingeschreven en daar haar woonadres had, maar heeft dit niet nader onderbouwd. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet langer woonachtig was in de gemeente Borsele vanaf 13 februari 2010, waardoor het pgb terecht is beëindigd en teruggevorderd.