Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving onverschuldigd WAO-uitkeringen over de periode van 1 april 2008 tot 1 november 2010. Het UWV herzag de uitkering en vorderde een bedrag van €10.320,- terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat zij relevante inkomsten uit arbeid had en haar informatieplicht had geschonden.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV naliet haar tijdig op te roepen voor een herkeuring en dat dit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel. De Raad overwoog dat dringende redenen voor het afzien van terugvordering uitzonderlijk moeten zijn en dat de omstandigheden van appellante daaraan niet voldeden.
De Raad stelde vast dat het UWV geen ondubbelzinnige toezeggingen had gedaan die gerechtvaardigde verwachtingen konden wekken. De brief van een arbeidskundige uit 2006 bevatte geen dergelijke toezegging. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen, conform artikel 8:73 Awb Pro. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van €10.320,- wordt bevestigd zonder schadevergoeding.