ECLI:NL:CRVB:2014:1574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke aanstelling wegens bezuinigingen zonder toezegging vaste aanstelling
Appellante was van augustus 2009 tot november 2011 in tijdelijke dienst bij de gemeente Rotterdam. Haar aanstelling werd meerdere malen verlengd, laatstelijk met drie maanden tot 17 november 2011. In een brief werd vermeld dat verlenging mogelijk was bij het behalen van een HBO-diploma. Het college besloot echter de tijdelijke aanstelling niet voort te zetten vanwege bezuinigingen.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat haar was toegezegd dat na het behalen van haar HBO-diploma haar aanstelling zou worden omgezet in een vaste aanstelling of verlengd zou worden. Zij voerde aan dat bezuinigingen geen rol mochten spelen en dat zij feitelijk al als vaste kracht functioneerde.
De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was de tijdelijke aanstelling te verlengen of om te zetten in een vaste aanstelling. Er was geen ondubbelzinnige toezegging gedaan die een gerechtvaardigd vertrouwen kon wekken. De brief en gesprekken wezen slechts op een mogelijkheid, niet op een garantie. Ook het ontbreken van een voorbehoud over bezuinigingen in het verlengingsbesluit was niet doorslaggevend.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter dat het besluit van het college rechtmatig was. De beëindiging van het dienstverband hield stand, ondanks dat andere klantmanagers via een escalatieprocedure wel verlenging kregen. Appellante had geen aanspraak op een vaste aanstelling of verlenging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de tijdelijke aanstelling niet hoefde te verlengen en dat geen toezegging tot omzetting in vaste aanstelling is gedaan.