Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 10 augustus 2012 ongegrond;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.704,50.
Centrale Raad van Beroep
Appellante diende een laattijdige aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen omdat zij in staat werd geacht meer dan 75% van het minimumloon te verdienen. De rechtbank oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor volledige arbeidsongeschiktheid per 4 januari 2006, maar gaf wel aan dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom beperkingen vanwege veelvuldig flauwvallen niet waren opgenomen.
Het UWV nam een nieuw besluit waarin een extra beperking op persoonlijk risico werd opgenomen, maar stelde dat appellante geschikt bleef voor bepaalde functies. Appellante voerde aan dat haar beperkingen ernstiger waren en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende waren.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de medische situatie en beperkingen adequaat waren beoordeeld, ook gezien de ongedifferentieerde somatoforme stoornis. De functies van soldering technician, naaister en administratief medewerker werden passend geacht, terwijl monteuse en tandartsassistente werden verworpen.
De Raad wees het beroep tegen het besluit van 10 augustus 2012 af en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten aan appellante. Er was geen aanleiding om de medische situatie anders te beoordelen dan in eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 10 augustus 2012 wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.