ECLI:NL:CRVB:2014:1508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste en onvolledige inlichtingen over werkzaamheden
Appellante ontving vanaf september 2008 bijstand op grond van de WWB. Vanaf februari 2009 werden haar inkomsten uit schoonmaakwerkzaamheden bij een eenmanszaak in mindering gebracht op de bijstand. Naar aanleiding van een anonieme tip startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Dit leidde tot een besluit tot intrekking van de bijstand met ingang van februari 2009 en een terugvordering van ruim €42.000.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij wel aan haar inlichtingenverplichting had voldaan en dat zij pas vanaf mei 2011 meer werkzaamheden voor het bedrijf verrichtte zonder extra betaling. De Raad oordeelde dat uit de onderzoeksresultaten en de verklaring van appellante bij het verhoor bleek dat zij meer en andere werkzaamheden verrichtte dan opgegeven.
De Raad stelde vast dat appellante onvolledige en onjuiste informatie had verstrekt over haar werkzaamheden en inkomsten, waarmee zij haar inlichtingenverplichting had geschonden. Omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij bij correcte informatie nog recht op bijstand had gehad, was het college bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.