ECLI:NL:CRVB:2014:1425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- F. Hoogendijk
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging brutering terugvordering kosten bijstand na tijdsverloop
Appellant ontving bijstand van januari tot juni 2011. Het college trok de bijstand over een deelperiode in en vorderde de gemaakte kosten netto terug. Later verhoogde het college deze terugvordering met loonbelasting en premies tot een bruto bedrag, omdat appellant niet tijdig betaalde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de verhoging onterecht was. De Raad overwoog dat volgens artikel 58, vierde lid, WWB en vaste rechtspraak het college de kosten bruto mag terugvorderen als verrekening met de Belastingdienst niet meer mogelijk is door tijdsverloop.
Appellant had de netto terugvordering niet voor het einde van het kalenderjaar betaald, waardoor het college de bruto vordering mocht vaststellen. De Raad verwierp het verweer dat de brutering onredelijk of een straf zou zijn, mede omdat appellant was gewaarschuwd en niet aannemelijk maakte daartoe niet in staat te zijn.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college de kosten van bijstand bruto mag terugvorderen na tijdsverloop en wijst het hoger beroep af.