ECLI:NL:CRVB:2014:1385
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- J.J.A. Kooijman
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar defensie wegens nalatigheid re-integratieprematuur verklaard
Appellante was werkzaam bij het ministerie van Defensie en meldde zich opnieuw ziek in oktober 2009. Na diverse communicatieproblemen en medische onderzoeken werd een ontslagbesluit genomen wegens nalatigheid in het meewerken aan re-integratie. Het ontslag was gebaseerd op artikel 123a, eerste lid, aanhef en onder c, van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie (BARD).
De Raad oordeelt dat het ontslagprematuur is omdat de minister onvoldoende rekening hield met het lopende Burger Defensie Functie Ongeschiktheidsadvies (DFOA)-traject, dat uitsluitsel had moeten geven over de medische mogelijkheden van appellante. Daarnaast bevatte de ontslagbrief onduidelijke voorwaarden, waardoor twijfel bestond of aan de voorwaarden voor ontslag was voldaan.
De Raad vernietigt daarom het ontslagbesluit en het bestreden besluit, en beveelt dat de minister onderzoekt of een traject richting ziekteontslag passend is. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens nalatigheid in re-integratie wordt vernietigd en herroepen wegens prematuriteit.