ECLI:NL:CRVB:2014:1384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing urenvermindering zonder financiële compensatie bij functietoewijzing ambtenaar Defensie
Appellant, werkzaam bij het ministerie van Defensie, vroeg om zijn arbeidsduur te verminderen van 38 naar 24 uur per week en werd geplaatst in een passende functie bij het hoofdkwartier van 1 German/Netherlands Corps. De minister kende het verzoek toe, maar zonder financiële compensatie voor het verlies aan uren.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontbreken van financiële compensatie en stelde dat hij zich in een dwangpositie bevond en onvoldoende was voorgelicht over de gevolgen. De minister wees het bezwaar af en ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant zijn verzoeken vrij had gedaan en dat de minister rechtens niet verplicht was financiële compensatie te verlenen. De Raad oordeelde verder dat appellant voldoende was geïnformeerd en dat vergelijkbare gevallen niet tot een andere conclusie leiden.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toewijzing van de urenvermindering zonder financiële compensatie.