ECLI:NL:CRVB:2014:1315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant ontving sinds april 2009 bijstand. Naar aanleiding van vermoedens over zijn woonsituatie voerde een consulent onderzoek uit, waaronder een onaangekondigd huisbezoek op 9 december 2010. Appellant was niet aanwezig en weigerde medewerking zonder geldige reden.
Het college trok de bijstand per die datum in wegens het niet nakomen van de medewerkingsverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college terecht een huisbezoek verrichtte om de juistheid van de verstrekte informatie te controleren. Appellant kon redelijkerwijs meewerken, maar weigerde dit zonder dringende reden. Zijn betoog dat hij later kwam en meer tijd nodig had, werd niet geloofd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 april 2014.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet meewerken aan het huisbezoek zonder gerechtvaardigde reden.