ECLI:NL:CRVB:2014:1309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim door hennepplantage
Appellant, werkzaam bij de Politieacademie in een onderwijsfunctie, werd ontslagen wegens het bezit en de professionele teelt van hennep in zijn woning in de periode 2003-2004 en opnieuw vanaf 2008. Het college van bestuur stelde dat dit plichtsverzuim een ernstige aantasting van integriteit en het aanzien van de politieorganisatie betekende.
Na een onderzoek en een disciplinaire procedure werd appellant op 14 april 2011 ontslagen. Appellant voerde aan dat het ontslag onevenredig was vanwege het tijdsverloop en zijn goede functioneren in de tussentijd, en dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden door een andere docent met een minder zware straf te laten volstaan.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim de zwaarste straf rechtvaardigde vanwege de ernst van de gedraging, de voorbeeldfunctie van appellant en het feit dat hij ook na 2008 hennep bezat en verkocht. Het tijdsverloop en het functioneren daarna waren niet doorslaggevend. De beroepsgronden werden verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het disciplinair ontslag van appellant wegens plichtsverzuim door hennepplantage.