ECLI:NL:CRVB:2014:127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning tegemoetkoming kosten onderhoud op grond van TOG 2000 na 1 januari 2009
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage betreffende de toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van het onderhoud van [M.] op grond van de TOG 2000.
De Raad constateerde dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) niet voldoende had onderzocht of de gedragsstoornissen van [M.] reeds voor november 2009 waren toegenomen, terwijl dit relevant was voor de toekenning van punten voor gedragsproblematiek. De verzekeringsarts kon de verandering van de maatstaf per 1 januari 2009 niet motiveren, waardoor de Raad oordeelde dat een cluster-4 indicatie voldoende is voor het toekennen van twee punten.
Hierdoor had appellante recht op een totaal van negen punten, wat leidt tot toekenning van de tegemoetkoming met ingang van 1 januari 2009. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de totale procedure binnen vier jaar was afgerond.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak voor het deel na 1 januari 2009 en bepaalde zelf dat appellante recht heeft op de tegemoetkoming. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Appellante heeft vanaf 1 januari 2009 recht op een tegemoetkoming in de kosten van het onderhoud van [M.] op grond van de TOG 2000.