ECLI:NL:CRVB:2014:1269

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 april 2014
Publicatiedatum
16 april 2014
Zaaknummer
12-3954 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten. De Raad wijst het verzoek toe en bepaalt dat het UWV de wettelijke rente moet vergoeden conform eerdere jurisprudentie.

Verder worden de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep begroot op in totaal € 2.191,50. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van deze rente en proceskosten en sluit het onderzoek zonder zitting af.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten van € 2.191,50 aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 april 2014
12/3954 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 6 juni 2012, 11/1117 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 13 november 2013 een tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2013:2464.
Het Uwv heeft op 10 december 2013 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 29 januari 2014 heeft mr. M.J. Klinkert namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van de wettelijke rente.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 10 december 2013 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Voor de wijze waarop het Uwv de wettelijke rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958.
Nu het Uwv bij besluit van 10 december 2013 reeds heeft meegedeeld de in bezwaar gemaakte kosten te zullen vergoeden, staat de Raad alleen nog voor de beoordeling van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten worden begroot op € 974,- in beroep en op € 1.217,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 2.191,50.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente als hiervoor aangegeven;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.191,50.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 april 2014.
(getekend) G.A.J. van den Hurk
(getekend) K.R. van Renswoude
JvC