ECLI:NL:CRVB:2014:1269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en proceskosten. De Raad wijst het verzoek toe en bepaalt dat het UWV de wettelijke rente moet vergoeden conform eerdere jurisprudentie.
Verder worden de proceskosten voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep begroot op in totaal € 2.191,50. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van deze rente en proceskosten en sluit het onderzoek zonder zitting af.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten van € 2.191,50 aan appellant.