ECLI:NL:CRVB:2014:1261
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand zelfstandige wegens niet-naleving verplichtingen
Appellant, een beginnend zelfstandige, kreeg op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) een rentedragende lening voor bedrijfskapitaal en renteloze lening voor levensonderhoud toegekend. Het dagelijks bestuur vorderde de bijstand terug omdat appellant niet aan aflossings- en renteverplichtingen voldeed en niet de benodigde gegevens voor de definitieve vaststelling van de bijstand verstrekte.
Appellant stelde dat hij een verzoek tot uitstel van betaling had gedaan en dat de lening omgezet moest worden in bijstand om niet. De Raad oordeelde dat dit verzoek niet als zodanig kwalificeerde en dat het Bbz 2004 geen grondslag biedt voor omzetting van leenbijstand in bijstand om niet voor beginnend zelfstandigen. Ook de stelling dat de regels voor gevestigde zelfstandigen analoog moesten worden toegepast werd verworpen vanwege de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever.
Verder had appellant niet alle gevraagde gegevens over 2005 verstrekt, ondanks herhaald verzoek, waardoor terugvordering van de bijstand voor levensonderhoud over dat jaar terecht was. Voor 2006 was het netto inkomen van appellant boven de jaarnorm, wat eveneens rechtvaardigde dat de verleende leenbijstand werd teruggevorderd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Utrecht en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de bijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond.