ECLI:NL:CRVB:2014:1258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontvangt sinds 2009 bijstand als alleenstaande en woont op een adres waar ook zijn halfzus staat ingeschreven. Het college ontving anonieme meldingen dat betrokkene een gezamenlijke huishouding voert met zijn halfzus, wat zou leiden tot intrekking van de bijstand per 1 september 2011. Een onderzoek door de Afdeling Bijzondere Onderzoeken leidde tot een verklaring van betrokkene dat hij een gezamenlijke huishouding voert, maar deze verklaring werd later grotendeels betwist en was niet ondertekend.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking van de bijstand omdat het college niet voldeed aan de bewijslast. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en oordeelt dat het bewijs onvoldoende is, mede omdat het verslag niet op ambtsbelofte is opgemaakt, geen aanvullend onderzoek in de woning heeft plaatsgevonden en de verklaring niet is ondertekend.
De Raad wijst erop dat de verklaring van betrokkene niet kan worden gehouden gezien de omstandigheden en dat het college onvoldoende concrete vragen stelde over de woonsituatie. Het hoger beroep van het college wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van bijstand wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.