Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
Bijlage
Centrale Raad van Beroep
Appellante was vanaf 8 juli 2008 geplaatst als medewerker op een marinekazerne buiten Nederland. Zij verzocht de minister van Defensie om toepassing van de hardheidsclausule uit artikel 28 van Pro het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD) en toekenning van een hogere toelage buitenland met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2008. Dit verzoek werd bij besluit van 2 april 2009 afgewezen en dat besluit werd gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat appellante niet viel onder de overgangsregeling van artikel 11a VBD, omdat zij op 1 augustus 2007 niet buiten Nederland was geplaatst en ook niet daarvoor was aangewezen. De Raad oordeelde dat de minister weliswaar onvolledige informatie had verstrekt tijdens een voorlichtingsbijeenkomst, maar dat dit geen kennelijke hardheid opleverde. Appellante was geïnformeerd over de onzekerheid van de nieuwe berekeningssystematiek en had zelf kunnen informeren naar de juiste bedragen.
Verder faalden de beroepen op het gelijkheidsbeginsel omdat de collega’s die wel een hogere toelage ontvingen onder de overgangsregeling vielen of reeds vóór 1 augustus 2007 waren aangewezen voor plaatsing buiten Nederland. Het verschil in toelage was het gevolg van de wettelijke bepalingen in het VBD. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.