ECLI:NL:CRVB:2014:1186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek toelage buitenland en toepassing hardheidsclausule defensiepersoneel
Appellant was vanaf 7 juli 2008 geplaatst als defensiemedewerker buiten Nederland en verzocht op 9 februari 2009 om toepassing van de hardheidsclausule van artikel 28 van Pro het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD) om een hogere toelage buitenland te ontvangen.
De minister wees het verzoek bij besluit van 2 april 2009 af, gehandhaafd bij besluit van 11 maart 2010. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant niet onder de overgangsregeling van artikel 11a VBD valt, omdat hij op 1 augustus 2007 niet buiten Nederland was geplaatst of aangewezen. Hoewel appellant stelde dat hij onjuiste en onvolledige informatie had ontvangen, leidde dit niet tot kennelijke hardheid die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen. Tevens faalden zijn beroepen op het gelijkheidsbeginsel, omdat vergelijkbare gevallen niet gelijk waren vanwege verschillen in plaatsingsdata en besluiten.
De Raad concludeerde dat verschillen in toelage inherent zijn aan wijzigingen in regelgeving en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule wordt afgewezen.