ECLI:NL:CRVB:2014:1182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek toelage buitenland op grond van hardheidsclausule
Appellant was vanaf 17 juli 2008 geplaatst als onderofficier operaties buiten Nederland en verzocht de minister van Defensie om toepassing van de hardheidsclausule van artikel 28 van Pro het VBD om een hogere toelage buitenland toe te kennen. Dit verzoek werd bij besluit van 17 juni 2009 afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij onjuiste en onvolledige informatie had ontvangen over de toelage buitenland, waardoor hij geen afgewogen beslissing kon nemen over plaatsing. De Raad oordeelde dat appellant tijdens een voorlichtingsbijeenkomst was geïnformeerd over de oude berekeningssystematiek en de aankomende wijziging, en dat hij zelf had kunnen informeren naar de nieuwe bedragen. Er was geen sprake van kennelijke hardheid.
Verder faalden de beroepen op het gelijkheidsbeginsel omdat appellant niet tot de groep behoorde die onder de overgangsregeling viel, in tegenstelling tot enkele collega’s die vóór 1 augustus 2007 waren aangewezen. De verschillen in toelage zijn het gevolg van algemeen verbindende regelgeving. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om een hogere toelage buitenland op grond van de hardheidsclausule.