ECLI:NL:CRVB:2014:1154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Wentholt
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering wegens niet opgegeven hogere inkomsten
Appellant ontvangt sinds 1991 een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het UWV heeft op basis van niet opgegeven hogere inkomsten uit arbeid over de jaren 2007 tot en met 2010 de uitkering herzien en een bedrag van €19.440,14 teruggevorderd.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat hij niet redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat zijn uitkering te hoog was en dat hij zijn mededelingsplicht niet had geschonden. Ook stelde hij dat het UWV ten onrechte bruto-inkomsten gebruikte in plaats van het sv-loon.
De Raad overweegt dat het UWV terecht toepassing heeft gegeven aan artikel 44 van Pro de WAO en dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij te veel uitkering ontving gezien de uitbreiding van zijn arbeidsuren en verhoogde inkomsten. Tevens heeft appellant niet voldaan aan zijn inlichtingenplicht volgens artikel 80 van Pro de WAO. De terugvordering is daarom rechtsgeldig en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde WAO-uitkering bevestigd.