ECLI:NL:CRVB:2014:1082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen herziening studiefinanciering wegens termijnoverschrijding
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin haar studiefinanciering werd herzien en teruggevorderd omdat zij vanaf januari 2012 als thuiswonend werd aangemerkt. Tevens was een boete aangekondigd wegens het niet voldoen aan de voorwaarde van feitelijke bewoning.
De Minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel, stellende dat appellante uiterlijk op 20 november 2012 bekend was met het besluit, waardoor de bezwaartermijn op 2 januari 2013 verliep. Het bezwaarschrift werd pas op 3 januari 2013 ingediend.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij het besluit niet had ontvangen en daarom tijdig bezwaar had gemaakt. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan aannemelijk had gemaakt dat het besluit was verzonden en dat uit het dossier bleek dat appellante op 20 november 2012 al op de hoogte was van het besluit. De Raad bevestigde dat het bezwaar te laat was ingediend en dat geen verschoonbare omstandigheden waren. De Raad benadrukte dat het boetebesluit van 5 februari 2013 buiten dit geding valt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de herziening van studiefinanciering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift zonder verschoonbare reden.