Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
€ 118,- appellant wezenlijk heeft belemmerd in zijn recht op toegang tot de rechter.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde in verzet dat sprake was van betalingsonmacht en dat het griffierecht de toegang tot de rechter onaanvaardbaar beperkte, verwijzend naar het beginsel van evenredigheid en artikel 6 EVRM Pro.
De Raad oordeelde dat appellant het griffierecht niet had voldaan binnen de termijn en ook geen tijdig beroep op betalingsonmacht had gedaan of om uitstel had verzocht. Een beroep op betalingsonmacht in verzet is te laat en geeft geen grond voor het oordeel dat appellant niet in verzuim was. Tevens is er geen verplichting voor de bestuursrechter om ambtshalve een aanvraag om bijzondere bijstand voor griffierecht te faciliteren.
Het betoog dat het griffierecht de toegang tot de rechter belemmert en strijd oplevert met artikel 6 EVRM Pro slaagt niet, omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in onmacht verkeerde en zich niet tijdig op betalingsonmacht heeft beroepen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig doen van een beroep op betalingsonmacht en geen strijd met artikel 6 EVRM.