ECLI:NL:CRVB:2013:CA3537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en hoofdverblijf buiten opgegeven adres
Appellante ontving bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB) en stond ingeschreven op een bepaald adres. Uit onderzoek bleek dat zij haar hoofdverblijf feitelijk hield op het adres van haar moeder. Dit werd onder meer vastgesteld aan de hand van extreem laag water- en energieverbruik op haar opgegeven adres en hoog verbruik op het adres van haar moeder, gecombineerd met huisbezoeken waarbij een volledig ingerichte slaapkamer van appellante werd aangetroffen.
Het college had daarom de bijstand herzien en teruggevorderd over de periode van 5 februari 2007 tot en met 31 oktober 2009 en daarnaast de bijstand met 30% verlaagd voor de duur van een maand wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde aan dat zij behoudens een periode tijdens haar zwangerschap haar hoofdverblijf wel op het opgegeven adres had, en dat de conclusie over haar verblijf op het adres van haar moeder niet alleen op basis van water- en energieverbruik getrokken kon worden. De Raad oordeelde echter dat de combinatie van onderzoeksgegevens en verklaringen een toereikende feitelijke grondslag bood voor de conclusie dat appellante niet op het opgegeven adres woonde.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlaging van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.