ECLI:NL:CRVB:2013:CA3522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellante ontving sinds 17 februari 2007 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een themacontrole 'Waterproef' waarbij adressen met laag waterverbruik werden gekoppeld aan uitkeringsgegevens, bleek het waterverbruik op het uitkeringsadres van appellante extreem laag te zijn. Dit leidde tot nader onderzoek door het Team Bijzonder Onderzoek, inclusief inwinning van gegevens bij Brabant Water en EON, een verklaring van appellante en een huisbezoek.
Op basis van deze onderzoeksbevindingen trok het college de bijstand met ingang van 17 februari 2007 in en vorderde de gemaakte kosten terug. Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. In hoger beroep betoogde appellante dat het college onvoldoende bewijs had geleverd dat zij niet op het uitkeringsadres woonde en dat haar specifieke levenswijze het lage verbruik verklaarde.
De Raad oordeelde dat het college de bewijslast draagt voor het aannemelijk maken dat appellante niet woonde op het uitkeringsadres. De Raad achtte de onderzoeksbevindingen, met name het extreem lage water- en energieverbruik, voldoende bewijs dat appellante niet daadwerkelijk woonachtig was. De verklaringen van appellante en haar familie boden geen afdoende verklaring voor het lage verbruik. Het huisbezoek en het verslag daarvan waren daarom niet doorslaggevend.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens niet-woonachtig zijn op het uitkeringsadres.