ECLI:NL:CRVB:2013:CA2740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verdragsgerechtigdheid en buitenlandbijdrage onder Zorgverzekeringswet
Appellant, woonachtig in Ierland en AOW-gerechtigde, werd door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) aangemerkt als verdragsgerechtigde en verplicht tot betaling van een buitenlandbijdrage onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Appellant betwistte deze status en stelde dat hij in Ierland recht heeft op gratis medische zorg via een medical card, waardoor hij niet verdragsgerechtigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat appellant terecht als verdragsgerechtigde was aangemerkt en dat de buitenlandbijdrage terecht werd geheven. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat het recht op gratis zorg in Ierland niet leidt tot een prevalerend recht en dat de bijdrageheffing niet in strijd is met het recht op vrij verkeer binnen de EU.
Daarnaast werd het beroep op schending van het rechtszekerheidsbeginsel verworpen. De Raad constateerde dat de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase is overschreden en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over een verzoek tot schadevergoeding wegens deze overschrijding.
Tot slot werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 mei 2013.
Uitkomst: Appellant is terecht als verdragsgerechtigde aangemerkt en een buitenlandbijdrage verschuldigd; onderzoek naar overschrijding redelijke termijn wordt heropend.