ECLI:NL:CRVB:2013:CA2729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag AAW- of WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om terug te komen op eerdere besluiten uit 1982, 1984 en 1995 waarin zijn aanvraag voor een AAW- of WAO-uitkering werd afgewezen wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 1 november 1979. Deze besluiten waren in rechte onaantastbaar geworden.
Na een eerdere afwijzing in 2008 en bevestiging daarvan door de rechtbank en de Raad, diende appellant een hernieuwd verzoek in, gesteund op medische rapporten van psychiater Manschot die stelde dat de arbeidsongeschiktheid mogelijk al in 1976 was ingetreden. Het Uwv weigerde opnieuw terug te komen op de eerdere besluiten omdat deze informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormde zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat de nieuwe medische inzichten van psychiater Manschot geen nieuw feit zijn, maar een andere waardering van reeds bekende klachten en omstandigheden. De eerdere vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag blijft daarmee gehandhaafd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.