ECLI:NL:CRVB:2013:CA2242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van besluiten UWV inzake arbeidsongeschiktheid
Appellant was sinds 7 december 1992 arbeidsongeschikt verklaard op grond van de WAO met een mate van 80 tot 100%. In 1995 werd deze mate herzien naar 35 tot 45%, zonder bezwaar van appellant. In 1996 meldde appellant zich ziek met toegenomen klachten, waarna in 2001 een herziening plaatsvond naar volledige arbeidsongeschiktheid vanaf 15 oktober 1996. Appellant verzocht in 2011 het UWV terug te komen op de besluiten van 1995 en 2001, stellende dat hij vanaf 1 juni 1995 tot 17 september 1996 volledig arbeidsongeschikt was en dat de besluiten onzorgvuldig tot stand waren gekomen.
Het UWV wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd zoals vereist volgens artikel 4:6 van Pro de Awb. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet tijdig bezwaar had gemaakt tegen het besluit van 2001 en dat het UWV redelijk had gehandeld.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benadrukte dat de besluiten inmiddels onaantastbaar zijn en dat appellant eerder had moeten opkomen tegen de ingangsdatum van de arbeidsongeschiktheid. Ook had appellant eerder kunnen onderkennen dat de herziening in 1995 financiële gevolgen had voor zijn pensioenopbouw. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die een terugkomen rechtvaardigden. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit wordt bevestigd wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.