ECLI:NL:CRVB:2013:CA1651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op maximale aanvullende beurs wegens niet inbare alimentatie
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin geen rekening werd gehouden met het inkomen van haar vader bij de vaststelling van haar aanvullende beurs studiefinanciering. De Minister had het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat de door appellante overgelegde verklaringen onvoldoende waren om aan te tonen dat de alimentatie niet inbaar was.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet rechtsgeldig tot stand was gekomen omdat deze zonder toestemming van partijen buiten een nadere zitting was gedaan. De Raad vernietigde daarom de uitspraak en het bestreden besluit van de Minister.
De Raad overwoog dat verklaringen van bevoegde instanties zoals de gemeente Leeuwarden, die de draagkracht van de vader had getoetst en vastgesteld dat hij geen draagkracht had om alimentatie te betalen, voldoende bewijs vormen van niet inbare alimentatie. De Raad bepaalde dat appellante vanaf 1 januari 2013 recht heeft op de maximale aanvullende beurs en veroordeelde de Minister in de proceskosten.
Uitkomst: Appellante krijgt vanaf 1 januari 2013 recht op de maximale aanvullende beurs vanwege niet inbare alimentatie.