ECLI:NL:CRVB:2013:CA1021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting tbs-er met transmuraal verlof
Appellant, een tbs-er met transmuraal verlof, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting. Het college wees dit af op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB, omdat aan appellant rechtens zijn vrijheid was ontnomen en hij niet tot de uitzonderingscategorieën behoorde. De rechtbank vernietigde dit besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college ten onrechte niet heeft aangesloten bij de vaste gedragslijn waarbij aan vergelijkbare tbs-ers met transmuraal verlof wel bijzondere bijstand werd verleend, ondanks het wettelijke verbod. Dit is strijdig met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur. De Raad bevestigt dat het onderscheid tussen proefverlof en transmuraal verlof een redelijke grond heeft en dat artikel 13 WWB Pro in principe van toepassing is.
De Raad vernietigt het bestreden deel van de uitspraak en beveelt het college een nieuwe beslissing te nemen, waarbij nader onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand moet plaatsvinden. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het college moet een nieuwe beslissing nemen over de bijzondere bijstand, waarbij rekening wordt gehouden met de vaste gedragslijn en het gelijkheidsbeginsel.