ECLI:NL:CRVB:2013:CA0845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsvermogen ondanks thuissituatie
Appellante was winkelmedewerkster en ontving sinds oktober 2009 een Ziektewetuitkering wegens psychische klachten gerelateerd aan de ernstige ziekte van haar zoontje. Na onderzoek door een verzekeringsarts van het UWV werd vastgesteld dat zij per 16 februari 2011 weer in staat was haar eigen arbeid te verrichten, waarna de uitkering werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar zware thuissituatie, waaronder de zorg voor haar kinderen, niet voldoende was meegewogen en dat zij geestelijk en lichamelijk overbelast was. Een bezwaarverzekeringsarts bevestigde echter dat zij geschikt was voor haar werk, waarbij de belasting vanuit de thuissituatie buiten beschouwing moest blijven volgens vaste jurisprudentie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd. Het rapport van een door appellante overgelegde verzekeringsarts gaf geen reden tot twijfel over de beoordeling. Er was geen sprake van ernstige psychische klachten die werkhervatting in de weg stonden. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht beëindigd omdat appellant per 16 februari 2011 haar eigen arbeid kon verrichten, waarbij de thuissituatie buiten beschouwing blijft.