ECLI:NL:CRVB:2013:CA0770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking en weigering Ziektewetuitkering
Appellant heeft zich ziek gemeld en verzocht om een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW), welke door het UWV is geweigerd omdat geen sprake was van een dienstbetrekking. De rechtbank had aanvankelijk het besluit van het UWV vernietigd, maar in een latere uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep is beoordeeld of tussen appellant en het bedrijf sprake was van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst volgens artikel 7:610 BW Pro, waarbij gekeken is naar de aanwezigheid van een gezagsverhouding, loonbetaling en persoonlijke arbeidsverplichting. Uit de feiten bleek dat er geen gezagsverhouding was, geen loonaangifte werd gedaan en geen sociale premies werden afgedragen. De relatie werd gekwalificeerd als een samenwerkingsverband op basis van gelijkheid.
De Raad concludeerde dat appellant niet als werknemer in de zin van artikel 3, lid 1, ZW kan worden aangemerkt. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 mei 2013.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen; appellant heeft geen recht op Ziektewetuitkering wegens ontbreken van een dienstbetrekking.