ECLI:NL:CRVB:2013:CA0579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandaanvraag wegens niet-nakomen inlichtingenplicht over qat-handel
Appellant diende op 27 april 2010 een aanvraag om bijstand in. Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling en vorderde verstrekte voorschotten terug. Later werd de aanvraag definitief afgewezen omdat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht over zijn financiële situatie, met name de winst uit de qat-handel in 2005-2008.
De rechtbank vernietigde deels de besluiten, maar verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat anderen op zijn naam handelden en dat hij geen administratie kon overleggen wegens diefstal, terwijl hij ontkende over vermogen te beschikken. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende concrete en verifieerbare informatie had verstrekt om de door de belastingdienst vastgestelde omzet en winst te betwisten.
De Raad benadrukte dat de financiële situatie van de aanvrager essentieel is voor de beoordeling van het recht op bijstand en dat het niet voldoen aan de inlichtingenplicht een geldige grond is voor afwijzing. Omdat appellant geen inzicht gaf in zijn vermogen, kon niet worden vastgesteld dat hij bijstandbehoevend was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen vermogen had door het niet verstrekken van inzicht in zijn qat-winst.