ECLI:NL:CRVB:2013:CA0540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen over 2009 na omzetting prestatiebeurs in gift
Appellant heeft studiefinanciering ontvangen in de vorm van een prestatiebeurs over de periode oktober 2005 tot augustus 2010. De Minister heeft bij besluit van 9 januari 2011 de prestatiebeurs omgezet in een gift, waardoor terugbetaling niet meer vereist was. Vervolgens heeft de Minister bij besluit van 21 januari 2012 een vordering wegens meerinkomen over 2009 opgelegd van € 2.119,42.
Appellant maakte bezwaar tegen deze vordering, dat door de Minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het bestreden besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en overweegt dat de vordering wegens meerinkomen een autonome vordering is, los van de omzetting van de prestatiebeurs in een gift.
De Raad oordeelt dat aan het besluit van 9 januari 2011 geen gerechtvaardigd vertrouwen kan worden ontleend dat geen vordering wegens meerinkomen zal worden opgelegd, ook niet als het inkomen over 2009 al bekend was bij de Minister. Tevens is geen sprake van een te lange termijn tussen het besluit en de oplegging van de vordering. Het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De vordering wegens meerinkomen over 2009 wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.